Piet wachtte al 30 jaar op zijn pensioen. Dan ging zijn leven pas echt beginnen om vervolgens op zijn eerste vrije dag aan een hartaanval te sterven. Piet heeft niet echt geleefd maar wilde ook niet echt dood.Hij wilde laveren in het midden, precies tussen alles door. Liever maakte hij geen keuzes en beslissingen meed hij als de pest. Piet was angstig. Te bang voor de wereld.

Wat hem elke dag stond te wachten, was een gevecht met de monsters in zijn hoofd. Op een dag werden de monsters zo groot, dat ze de deur blokkeerden en hij helemaal niet meer naar buiten kon. Piet was vergeten te lachen. Zijn vrouw probeerde met hem te praten, maar kon hem niet bereiken. Ze ging vaak uit frustratie de afwas doen. Ook al waren de borden niet vies. 

Op een gegeven moment keek Piet alleen nog maar naar buiten vanaf zijn stoel bij het raam. Hij was bang voor het gevaar. De buren kon hij niet vertrouwen en met zijn familie had hij mot.

Toen hij op de eerste dag van zijn pensioen stierf, werd zijn ziel een vogel en vloog hij overal naar toe. Hij kon de hele wereld van boven zien en waar hij maar aan dacht daar was hij. Hij vloog van Parijs naar Istanbul. Zweefde over bergtoppen, langs heuvels, boven zeeën en rivieren. Piet was vrij. 

Toch wilde hij niets liever dan bij zijn vrouw zijn. Ze zat op de rand van hun bed en hij probeerde haar aan te raken, maar zijn hand vloog dwars door haar gezicht. Piet voelde zich verdrietig. Hij wilde niet gestorven zijn. 

Nu is Piet al twee jaar een vogel. Soms vliegt hij de wereld rond, maar zijn favoriete plek, is op het bankje in de tuin bij zijn vrouw. Zij voert hem zaadjes in de winter. En hij kijkt naar haar als zij de afwas doet.

Yara.

Terug naar overzicht